Met een lach en een traan

Het E.P.L. heette het vroeger, nu het Christiaan Huygens College. Het gebouw wordt gesloopt. ‘Mijn’ HAVO met de grond gelijk gemaakt. Afgelopen dinsdagavond mocht iedereen tussen de verhuisdozen door nog een laatste blik werpen op alles wat ooit was.

Meer dan 30 jaar geleden fietste ik elke schooldag 7 kilometer heen en ook weer terug en liep ik alle dagen de trappen voor het gebouw omhoog. Als 14 jarig timide meisje met bril probeerde ik zo onopvallend mogelijk langs alle, in mijn ogen, stoere ouderejaarsleerlingen naar boven te sluipen. ‘s Zomers en ‘s winters zat de trap altijd vol met mondige jongens en prachtige meiden. Rokend en pratend met elkaar doodden ze de tijd tot de zoemer ging en iedereen zich massaal door de deuren heen probeerde te wringen. Ik zorgde er altijd voor dat ik dat voor was.

’s Winters was de manier om binnen te komen door de deur beneden omdat je daar je jas kwijt kon. Geen overbodige luxe in het altijd veel te warme gebouw. Ook daar een groepje rokers bij de deur. Langslopend riskeerde je opmerkingen, gelukkig werd dat snel minder als je niet reageerde of niet aangeslagen leek. Een pokerface opzetten bleek de oplossing.

Puberbrein

Mijn start op deze school was in 2 HAVO. Als gevolg van het goed doorlopen van de halmaklas (MAVO/HAVO jaar) op een andere school. De beslissing om naar de HAVO te gaan uitpakte echter minder goed uit dan verwacht. Van buiten een rustig meisje, van binnen een kokende en bruisende puber, zocht ik mijn weg door het leven. Zoals bij veel pubers was bijna alles belangrijker dan leren. Met BFF Cindy schreef en tekende ik schriften vol over alles wat wij belangrijk vonden en, geloof me, niets daarvan had ook mar een beetje met leerstof te maken. Een jaar lang waren we een onafscheidelijke twee-eenheid. We deelden alles met elkaar, zelfs het eindresultaat van een jaar veel doen behalve met school bezig zijn: blijven zitten in 2 HAVO.

De ‘scheiding’ en het einde

De tweede keer in de tweede klas werden Cindy en ik van elkaar gescheiden. We kwamen in andere klassen en hadden andere roosters. Het schrijven naar elkaar ging onverminderd door. Doordat we nu niet meer hetzelfde meemaakten werd zelfs nog meer, ook ín de klas schreven we. Ook met elkaar meefietsen elke dag bleef onveranderd. Cindy maakte, anders dan ik, vorderingen in haar schoolcarrière. Een eindje het jaar in werd besloten dat ik terug ging naar de MAVO. Ik miste Cindy, maar haalde wel prima cijfers. Hier was in de les opletten voldoende om voldoendes te halen.

Na behalen van het MAVO diploma terug naar de HAVO, waar ik alsnog het diploma haalde. Goh: bleek toch dat als je een klein beetje gas geeft het helemaal niet zo onmogelijk is om de benodigde cijfers te halen. 2 jaar later dan noodzakelijk toch met een diploma naar huis. Zodoende 3,5 jaar op deze school rondgezworven. En nu wordt hij afgebroken.

Nog één laatste keer

Dinsdag 18 december parkeerde ik de auto twee flats van school vandaan, de plek waar mijn vader ons vroeger opwachtte na een schoolfeest om 10 meter achter ons ‘mee te fietsen’ naar huis. Alleen fietsen mocht ik niet en ophalen was niet cool dus dit was een prima alternatief.

Nog één keertje over de grote trap naar binnen, dit keer zonder in de achtergrond te willen verdwijnen. Een laatste keer door de klapdeuren, langs het hokje van de conciërge de gang in. Eenmaal binnen in het vierkante gebouw zijn daar de vier verdiepingen met lokalen langs de buitenrand. Tussen elke verdieping een plateau met tafels en stoelen, bedoeld om huiswerk te maken in de tussenuren of strafwerk tijdens de lessen waar je uitgestuurd bent. Het voelde alsof het gisteren was dat ik hier elke dag rond liep. Tussen de lessen door over de trappen, zoekend naar het volgende lokaal waar je vervolgens in de zweetlucht en op de door je voorganger verwarmde stoel kwam te zitten. Nog één keertje naar beneden de kelder in waar de jassen hingen en waar je vroeger chips en ijsjes kon kopen bij het barretje. Er staat nu een automaat. Een laatste blik in de aula, waar we op de ‘schoolfuif’ dansten en frisdrank dronken.

Het einde van een tijdperk

Hoewel het meer dan 30 jaar geleden is lijken veel dingen nog hetzelfde. De lift is nog steeds verboden terrein. De landkaarten, die toen al oud waren, hangen nog steeds in het aardrijkskunde lokaal en in het tekenlokaal wacht de geur van wasco, verf en te veel warmte ons op. De leraar tekenen, die er ook rondloopt, vertelt trots dat hij tegenwoordig schoenen draagt (hij droeg altijd leren pantoffels in onze lessen). De herinnering aan de veel te lange dia-kijk-sessies die hij hield over kunstgeschiedenis komen spontaan boven wanneer ik in het lokaal even een momentje blijf staan. Overal om me heen hoor ik mensen herinneringen ophalen. Ik ontmoet wat voormalig klasgenoten en vraag me tientallen keren af wie dat bekende gezicht nou is. Herinneren komen naar boven bij het zien van sommige gezichten, minder leuke maar ook warme herinneringen. Na deze avond een afgesloten hoofdstuk. De geruchten gaan dat het gebouw in maart wordt afgebroken. Dit was in elk geval zeker de allerlaatste keer dat ik hier binnen ben geweest.

Droog hout

Blog - droog hout

De Facebookpost

‘Hoop dat je het droog hout’, schreef mijn moeder als commentaar onder een foto die ik op  Facebook plaatste. Je zou kunnen denken dat het een woordgrapje is maar dat is niet zo. Na de lagere school ging mam naar de kleermakersvakschool en daar was spelling en grammatica duidelijk geen prioriteit. Leren patroontekenen en een perfect pak in elkaar stikken op de naaimachine was het enige doel dat deze opleiding voor ogen had. Dat doel is bereikt. Mam kan kleding maken als geen ander.

De genen van mijn vader zorgden ervoor dat mijn taalgevoel redelijk op orde lijkt te zijn. ‘Kleiner DAN’, ‘bij ME…’: geduldig verbeterde pap jarenlang onze fouten. Of is het net als bij mijn moeders taalfouten zo dat iedereen maar zijn of haar mond houdt omdat er geen beginnen aan is? Op haar 72ste nog aan een cursus spelling beginnen is echt ondenkbaar. Zo was mam laatst op vakantie en ging ze met de bood mee. Ik appte – geen idee waarom ik die behoefte had – dat het met een t moet. Het gevolg hiervan was dat ze met de boodt  terugkwam…

Het wordt allemaal te veel

Mam snapt ook niets van taalgrapjes. Omdat ze vaak verwijzen naar spellingsregels in relatie tot grammatica. Daar heeft ze al helemaal geen kaas van gegeten. Met als gevolg dat ze bezorgd opbelt wanneer ik een cartoon op Facebook plaats waarin een grap wordt gemaakt over het woord teveel wanneer ik een week in Frankrijk vertoef om me met schrijven bezig te houden.

De grap ontgaat haar volledig en ze is ervan overtuigd dat ik met niemand door een deur kan. Dan moeten het wel hele erge mensen zijn, is haar conclusie. Een klein half uur na het posten van de cartoon stuurt ze een appje waaruit haar bezorgdheid blijkt. Gelukkig heb ik haar kunnen overtuigen dat ze zich geen zorgen hoeft te maken en dat ik me prima vermaak.

strip teveel zeikerds

Strip teveel zeikerds

Grammaticakoningen en taalfoutprincessen

Onderzoek van Bolland en Queen (2016) heeft aangetoond: grammaticakoningen en taalfoutprinsessen zijn onvriendelijke types. Wist mijn moeder van dit onderzoek en maakt zij zich daarom zorgen? Ik moet toch concluderen dat voor de groep mensen waar ik deze week mee opgetrokken ben deze regel niet geldt. Of is het een soort zoekt soort kwestie? Word je zelf immuun voor deze onvriendelijkheid wanneer je zelf ook een pitser bent waar het gaat om taalgebruik?

Hoe dan ook, ik vind het ook wel weer wat hebben dat een moeder zich nog zorgen maakt om haar 47-jarige dochter. Mams slechte spelling is voor mij geen enkele reden om minder van haar te houden. En ik weet zeker dat ze ook veel van mij hout.

Koudwatervrees

Half juni ging ik een weekje naar Frankrijk. Een weekje bijkomen én bezig zijn met schrijven onder de kundige leiding van Wim Daniëls. Op de eerste dag kregen mijn medecursisten en ik de opdracht om een column te schrijven over waarom we schrijver willen worden. Nou was ik niet met die bedoeling naar deze cursus gekomen, maar iets daarover schrijven kon ik wel.

Wil ik schrijver worden? Een geromantiseerd beeld van schrijver zijn komt naar boven: ik zie mezelf zitten in een piepklein houten huisje aan een in de bossen verborgen meertje in Frankrijk. Ver van de bewoonde wereld. Ik moet immers inspiratie opdoen en de voorwaarden daarvoor zijn: een serene omgeving, gezang van cicaden, tjilpende vogeltjes en als enige afleiding het kabbelende water van een meertje waarin ik af en toe een duik neem.

Back to reality

De realiteit is dat ik, met 18 andere schrijvers in spe, mezelf heb opgegeven voor een schrijfcursus door Wim Daniels. In Frankrijk, boven op een berg. Een aantal sfeervol gerenoveerde gebouwen vormt het centrum van de schrijflocatie, ik word verwend met goddelijk eten en een adembenemend uitzicht. Geen meertje in de bossen maar een zwembad om in af te koelen. Vanwege de oplopende temperaturen hard nodig. Behalve cicaden en vogeltjes zijn er ook twee gezellig knorrende biggen, kakelende kippen en een dolle hond – type Samson – om ons op onze reis naar het schrijverschap te vergezellen.

Time flies

Het is inmiddels dag drie van de schrijfweek. Na twee intensieve dagen, de dag van aankomst met het kennismakingsdiner tel ik niet mee, begin ik er een beetje in te komen. Dag een was vooral veel luisteren: de ochtendsessie had me uitgeput en toen ik mijn bed zag kon ik het niet laten er even in te gaan liggen voor een dutje. Het deed me goed. De teksten die gelezen moesten worden konden wel even wachten, ditzelfde gold voor de opdrachten.

Dag twee begon net als dag een met het bespreken van elkaars teksten. Af en toe ontstonden er verhitte discussies. Het weer is, zoals ik eerder opmerkte, zomers. Dertig graden of meer: elke discussie wordt dan verhit.

Na de lunch boog ik me over een van de opdrachten. Het schrijven van 200 woorden kostte me veel meer tijd dan gebruikelijk was. Zwoegen, zweten, schrijven en schrappen: ik deed het veelvuldig die middag.

‘Vader was’ waren de verplichte beginwoorden voor deze opdracht. Mijn vader ‘was’ inderdaad. Jammer, ik had liever dat hij er nog is. Dat ter zijde. Mijn gedachten dwaalden af. Ik vroeg me af of ik wel schrijver wil worden. Wilde ik dat sowieso wel? Ik ben hier niet gekomen om schrijver te worden. Toch?

Ik schrijf, maar voel me geen schrijver. Een van de doelen die ik mezelf stelde was om mijn blog nieuw leven in te blazen. Dat wil ik nog steeds, maar het schrijven lijkt me hier minder makkelijk af te gaan. Is het de angst om fouten te maken, is het het schrijven in opdracht, ik kan er de vinger niet opleggen. Koudwatervrees noem ik het maar. Daar moet ik doorheen voordat ik kan zwemmen.

Oude liefde roest nooit

Het is vakantie. Meivakantie, tulpvakantie, hoe je het ook wil noemen. De docenten van mijn opleiding zien deze week als een kans om eens lekker wat extra opdrachten te geven. ‘We hebben immers tijd genoeg nu we niet naar school hoeven.’

Lees meer

Van zure bom naar weke peer?

Klagen, het is niet zo mijn favoriete bezigheid. En als anderen het doen erger ik me er aan. Klaag niet, doe er wat aan, denk ik dan al snel. Aan de lopende band klagen of ernaar luisteren kost zo ontzettend veel energie, die kan beter in iets nuttigs gestoken worden. In sommige gevallen kan het echter nog meer frustratie opleveren om te proberen iets aan de situatie waar je onvrede mee hebt te veranderen.

Neem nou als voorbeeld het nieuwe beleid van school om geen tentamenuitslagen meer te publiceren (klacht nr. 1). Het zou teveel onrust geven. OK, hoezo onrust? Ik wil GRAAG weten hoeveel fout ik had, zodat ik me kan voorbereiden op een herkansing of het kan afsluiten. Onrust heb ik juist als ik 10 werkdagen moet wachten op een uitslag. Ook al wordt de normering achteraf bepaald (klacht nr. 2), het is wèl mogelijk om het ergens in te schalen als je in elk geval weet hoeveel fout je hebt. Wat zijn mijn kansen…

Schrale troost

Van mijn man mag ik niet klagen. ‘Ik heb je ervoor gewaarschuwd’, zegt hij dan. En hij mag dat zeggen want hij heeft zelf deeltijd HBO gedaan (weliswaar bij een ander instituut maar daar was het niet anders als ik hem mag geloven). En ‘Je haalt toch altijd alle tentamens’, is er ook zo’n dooddoener als ik weer eens over de publicatie van de cijfers begin. Klopt wel, maar daarom heb ik nog wel spanning en vind ik het nog wel fijn om zaken te kunnen afvinken. Gisteren heb ik namelijk na een paar dagen nauwelijks uit bed geweest te zijn (griepje?) toch maar het tentamen Mediatheoriën gemaakt. Helaas kan ik nu niet kijken of het me gelukt is om alleen met de fijne lessen en een paar keer het boek openslaan dit voldoende af te sluiten.

Positieve berichten

Gelukkig werden onze klachten over de algemene gang van zaken rondom planning en organisatie goed opgepakt en mochten we een afvaardiging sturen om te praten met onze studiebegeleider en de coördinator hoofdfase. Van één van die afgevaardigden mocht ik vernemen dat dit een positief en constructief gesprek is geweest. Er zijn knopen doorgehakt en beloften gemaakt. Daar ben ik blij om. Hopelijk kunnen we als klas ons ook weer wat positiever gedragen, in plaats van als een stelletje zure bommen in de stoelen te hangen. Het zou het leven een stukje aangenamer maken.

‘Ready to welcome you, sir’

Het landgoed van onze voormalige stadsheld Frits Philips is allang niet meer in de staat waarin het verkeerde toen Frits overleed. De huidige eigenaar liet het namelijk met de grond gelijk maken en bouwde het daarna groter na met de originele tekeningen als leidraad. Marc Brouwers, die zijn geld verdient met sokken en panty’s, vond het huis te klein en liet het groter maken dan het oorspronkelijk was. Nog geen negen jaar later staat het landgoed met het – inmiddels 40 kamer tellende – huis erop te koop.

Unieke sfeerbeleving

Verkoopmakelaar Honders/Alting, gespecialiseerd in de verkoop van woningen in het luxe woonsegment, liet speciaal voor dit landgoed een filmpje maken dat spreekt tot de verbeelding. Butlers strijden tegen elkaar om de bediener van de nieuwe eigenaar te mogen worden. Zoals op de site van de makelaar vermeld wordt geeft de video slechts een beperkte indruk van wat het landgoed allemaal te bieden heeft. Toch is het een schot in de roos als je het mij vraagt. Een perfecte samenvatting van sfeer.

De waarde van emotie

Iedereen in Eindhoven is weleens nieuwsgierig geweest naar dit Landgoed. Hoe zou het eruit zien daar, achter dat mooie hek? Door het filmpje wordt Landgoed de Wielewaal weer verbonden aan de bijna legendarische man Frits Philips die zoveel voor Eindhoven betekende. De huidige eigenaar heeft door herbouwen en moderniseren veel waarde aan het landgoed toegevoegd. Toch is het de geschiedenis die dit pand speciaal maakt. Een geschiedenis die met een promo levend wordt gemaakt. De vraagprijs? Alleen voor oprecht geïnteresseerden op te vragen.

Ready to welcome you, my lady

Toch een heel klein puntje van kritiek: aan het eind van het sfeervolle filmpje zegt de opperbutler: ‘Ready to welcome you, sir.’ Eh, sir? Iemand met genoeg geld om de enorme hypotheek voor dit pand te kunnen dragen is volgens de makelaar in elk geval een man. Dat terwijl, om maar iemand te noemen, het vermogen van Charlene Lucille de Carvalho-Heineken wordt geschat op $11,7 miljard. Waarmee ze niet alleen de rijkste persoon met de Nederlandse nationaliteit is, maar ook de op elf na de rijkste vrouw ter wereld. Dus als mevrouw met haar man en vijf kinderen besluit terug te keren naar haar moederland lijkt me dit een leuk optrekje voor hen.

Bekijk het promotiefilmpje op YouTube >>

In het land der blinden…

Van huis uit heb ik meegekregen dat bescheidenheid de mens siert. We waren thuis niet zo uitbundig. Successen werden niet opgehemeld, daarentegen werden dieptepunten ook niet eindeloos uitgemolken. Ik vraag me af of dat de reden is dat ik nooit roep dat ik ergens goed in ben. Bij mij is het altijd ‘wel aardig’ of ‘best goed gelukt’. Ik kijk dan ook vaak wel op tegen mensen die ontzettend zelfverzekerd zijn.

Wanneer ben je een expert?

Een paar dagen geleden las ik een artikel over taal. Ik hou ervan om dat soort artikelen te lezen. Bovendien is het, met de C1 taaltoets in het verschiet, ook nog eens nuttig. Dit artikel betrof 5 veelgemaakte fouten en bevatte er zelf fout… Tenminste daar was ik van overtuigd. Maar de schrijver van het artikel is een expert dus ik twijfelde aan mezelf (de eeuwige de ander weet het vast beter-gedachte). Na grondig onderzoeken van de regel durfde ik het aan de schrijver van het artikel te mailen.

Ik pak mijn 5 minutes of fame

Niet zo lang na mijn mailtje kwam het verlossende antwoord: het was inderdaad een vergissing. Glimmend van trots stuur ik een klasgenoot een berichtje over mijn ontdekking. Hoewel we zelf ook fouten maken bij de vleet, zijn we stiekem ook een beetje de taalnazi’s van de klas. Dat was dus genieten.

Hoe belangrijk is het nou helemaal?

Over het algemeen worden er veel taal- en stijlfouten gemaakt op Facebook. Een artikel schrijven dat hierover gedeeld wordt is dus naar mijn idee ook wel een beetje een gevalletje ‘in het land der blinden is eenoog koning’. En, ja, bij eenoog schrijf je de ‘e’ zonder streepje (accent aigu). Dat heb ik even opgezocht inderdaad :-).
Ik dwaal af, wat ik wilde zeggen is dat een artikel over taal goed op zijn plaats is op Facebook. Over het algemeen is het triest gesteld met onze taal. En hoewel ik ook weleens denk: wat een muggenzifterij, ben ik blij dat het bij mij op de lagere school nog wel als heel belangrijk gezien werd. Of was ik toen ook al taalfan, dat ik het daarom goed wilde doen?

Bij twijfel

Waar kun je nou goede raad vinden als het gaat om taal? De twee sites die ik veel raadpleeg zijn:

  • www.taaladvies.nl: een databank met taal- en spellingkwesties waar vaak vragen over gesteld worden. Alle hierop geschreven teksten zijn geschreven door taaladviseurs en andere deskundigen en besproken en goedgekeurd door de Nederlands Taalunie.
  • www.woordenlijst.org: voor al je spellingsvraagstukken (digitale vorm van het Groene Boekje).

Doe er je voordeel mee!